



Een mooi evenwichtig beeld kan verkregen worden door gebruik van symmetrie. De eenvoudigste compositie straalt waardigheid en stabiliteit uit wanneer de elementen met elkaar in evenwicht zijn gebracht, uitgewogen als op een weegschaal. Een dergelijk ontwerp is echter niet geschikt voor alle doeleinden - zelfs een minder evenwichtige compositie die toch een geometrische structuur heeft, zal qua sfeer voor sommige onderwerpen wel en voor andere niet geschikt zijn. Vaak heel interessant en zeer krachtig zijn composities die weloverwogen asymmetrisch zijn opgezet en waarin op een andere manier dan door gewone geometrie een natuurlijk evenwicht gecreëerd wordt.
Laten we aannemen dat de inspiratie voor een werkstuk gebaseerd is op spanning, een gevoel van drang en beweging. Waarschijnlijk begint de kunstenaar gewoon met een paar krabbels om uit te vinden wat de beste manier is om zijn gedachte gestalte te geven en zijn thema te interpreteren. Vanuit deze schetsen kan hij vervolgens een aantal mogelijke ontwerpstructuren afleiden, met het idee creatief gebruik te maken van lege ruimte.
Een van de kunstenaars die bewust lijnrecht inging tegen de gevestigde ontwerpregels was Edgar Degas (1834-1917). Onder invloed van de fotografie brak hij met wat beschouwd werd als `de geldende compositieregels' en bewees daarmee eens temeer dat de enige werkelijke regel binnen de kunst luidt, dat iedere goede kunstenaar zijn eigen regels kan creëeren, mits hij de theorie goed beheerst.
De fotografie stond nog in de kinderschoenen toen Degas in 1861 geïntroduceerd werd bij de groep jonge kunstenaars die zich de impressionisten noemden. Onbeduidende kiekjes inspireerden hem de traditionele symmetrie te verlaten en zijn figuren van elkaar te scheiden door middel van indrukwekkende open ruimtes. De verbinding die hij legde tussen de verschillende elementen van zijn composities over die lege vlakken heen, waren gevoelsmatig: een blik, een gebaar, of zelfs een kleur. Figuren werden dikwijls aan de rand afgesneden om het dramatische effect nog te verhogen.
Om paardrennen uit te beelden, gebruikte Degas deze `foto'-composities om een gevoel over te brengen van `beweging-in-aantocht'. Het oog wordt direct in een groot leeg veld gebracht, het idee suggererend dat het paard net voorbij is of ieder moment binnen kan stormen.
|

Edgar Degas (1834-1917) verrichtte pionierswerk op het gebied van compositie in dit portret van Diego Martelli. Het portret is informeel; Martelli ziet eruit alsof hij toevallig is gefotografeerd, zonder te poseren. Zijn houding moet in die tijd veel beroering hebben gewekt; het ging immers helemaal tegen de traditie in iemand te schilderen die half afgewend zit en bovendien de ogen neergeslagen heeft.